Select Page

Leviticus 19:11-13

U zult niet stelen, en u zult niet liegen, noch vals handelen, ieder tegen zijn naaste. U zult niet vals bij Mijn Naam zweren; want u zou de Naam van uw God ontheiligen; Ik ben JAHWEH. U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; het arbeidsloon van de...

Deuteronomium 24:14-15

U zult de arme en behoeftige dagloner niet verdrukken, die uit uw broeders is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn. Op zijn dag zult u zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar;...

Psalmen 127:1

Een lied Hammaäloth, van Salomo. Zo JAHWEH het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden daarvan bouwers daaraan; zo JAHWEH de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.

Spreuken 3:9-10

Vereer JAHWEH van uw goed, en van de eerstelingen van al uw inkomsten; Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van nieuwe wijn overlopen.

Spreuken 6:6-8

Ga tot de mier, u luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Die, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in de zomer, haar voedsel verzamelt in de oogst.