Ga tot de mier, u luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Die, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in de zomer, haar voedsel verzamelt in de oogst.
Ga tot de mier, u luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Die, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in de zomer, haar voedsel verzamelt in de oogst.