U zult niet stelen, en u zult niet liegen, noch vals handelen, ieder tegen zijn naaste. U zult niet vals bij Mijn Naam zweren; want u zou de Naam van uw God ontheiligen; Ik ben JAHWEH. U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; het arbeidsloon van de dagloner zal bij u niet overnachten tot aan de morgen.