Select Page

Spreuken 10:4

Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand van de vlijtigen maakt rijk.

Spreuken 14:23

In alle smartelijke arbeid is overschot; maar het woord van de lippen strekt alleen tot gebrek.

Spreuken 16:8

Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid van de inkomsten zonder recht.

Spreuken 21:5

De gedachten van de vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.

Spreuken 22:4

Het loon van de nederigheid, met de vrees voor JAHWEH, is rijkdom, en eer, en leven.