Select Page

Spreuken 6:6-8

Ga tot de mier, u luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Die, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in de zomer, haar voedsel verzamelt in de oogst.

Spreuken 3:7

Wees niet wijs in uw ogen; vrees JAHWEH, en wijk van het kwade.

Spreuken 9:10

De vrees voor JAHWEH is het begin van de wijsheid, en de wetenschap van de heiligen is verstand.

Spreuken 10:8

Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

Spreuken 10:10

Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.