Select Page

Leviticus 19:11-13

U zult niet stelen, en u zult niet liegen, noch vals handelen, ieder tegen zijn naaste. U zult niet vals bij Mijn Naam zweren; want u zou de Naam van uw God ontheiligen; Ik ben JAHWEH. U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; het arbeidsloon van de...

Leviticus 19:33-34

En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, u zult hem niet verdrukken. De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een ingezetene van u; u zult hem liefhebben als uzelf; want u bent vreemdeling geweest in...

Deuteronomium 24:14-15

U zult de arme en behoeftige dagloner niet verdrukken, die uit uw broeders is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn. Op zijn dag zult u zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar;...

Jeremia 22:3

Zo zegt JAHWEH: Doe recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukker; en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doe geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.

Mattheüs 5:9-10

Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genoemd worden. Zalig zijn die vervolgd worden omwille van de gerechtigheid; want van hun is het Koninkrijk van de hemelen.