Select Page

Spreuken 22:11

Die de reinheid van het hart liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.

Spreuken 21:23

Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.

Spreuken 25:15

Een overste wordt door geduld overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

Spreuken 27:1-2

Beroem u niet over de dag van morgen; want u weet niet, wat de dag zal baren. Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen.

Spreuken 28:23

Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit.