Select Page

Spreuken 15:28

Het hart van de rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond van de goddelozen zal overvloedig kwade dingen uitstorten.

Spreuken 17:20

Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

Spreuken 17:27-28

Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest. Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.

Spreuken 18:13

Die antwoord geeft, voordat hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.

Spreuken 18:21

Dood en leven zijn in het geweld van de tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.