Select Page

Exodus 20:16-17

U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. U zult niet begeren het huis van uw naaste; u zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat van uw naasten is.

Exodus 23:9

U zult ook de vreemdeling niet onderdrukken; want u kent het gemoed van de vreemdeling, omdat u vreemdelingen geweest bent in Egypteland.

Leviticus 19:11-13

U zult niet stelen, en u zult niet liegen, noch vals handelen, ieder tegen zijn naaste. U zult niet vals bij Mijn Naam zweren; want u zou de Naam van uw God ontheiligen; Ik ben JAHWEH. U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; het arbeidsloon van de...

Leviticus 19:15-16

U zult geen onrecht doen in het gericht; u zult het aangezicht van de geringen niet aannemen, noch het aangezicht van de grote voortrekken; in gerechtigheid zult u uw naaste richten. U zult niet wandelen als een roddelaar onder uw volken; u zult niet staan tegen het...

Leviticus 19:17-18

U zult uw broer in uw hart niet haten; u zult uw naaste ijverig berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen. U zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen van uw volk; maar u zult uw naaste liefhebben als uzelf; Ik ben JAHWEH!