Select Page

Spreuken 22:9

Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood de armen gegeven.

Spreuken 28:6

De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

Spreuken 28:8

Die zijn goed vermeerdert met rente en met overwinst, verzamelt dat voor degene, die zich over de armen ontfermt.

Spreuken 28:27

Die de armen geeft, zal geen gebrek hebben; maar die zijn ogen verbergt, zal veel vervloekt worden.

Spreuken 29:7

De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak van de armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.