Select Page

Spreuken 13:18

Armoede en schande is van degene, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geëerd worden.

Spreuken 14:31

Die de arme verdrukt, smaadt zijn Maker; maar die zich over de armen ontfermt, eert Hem.

Spreuken 19:17

Die zich over de armen ontfermt, leent aan JAHWEH, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Spreuken 21:13

Die zijn oor stopt voor het geschrei van de armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

Spreuken 22:1-2

De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud. Rijken en armen ontmoeten elkaar; JAHWEH heeft hen allen gemaakt.