Select Page

Leviticus 19:11-13

U zult niet stelen, en u zult niet liegen, noch vals handelen, ieder tegen zijn naaste. U zult niet vals bij Mijn Naam zweren; want u zou de Naam van uw God ontheiligen; Ik ben JAHWEH. U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; het arbeidsloon van de...

Leviticus 19:15-16

U zult geen onrecht doen in het gericht; u zult het aangezicht van de geringen niet aannemen, noch het aangezicht van de grote voortrekken; in gerechtigheid zult u uw naaste richten. U zult niet wandelen als een roddelaar onder uw volken; u zult niet staan tegen het...

Leviticus 19:33-34

En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, u zult hem niet verdrukken. De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een ingezetene van u; u zult hem liefhebben als uzelf; want u bent vreemdeling geweest in...

Deuteronomium 10:17-19

Want JAHWEH, uw God, is een God van de goden, en een Heere van de heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt; Die het recht van de wees en van de weduwe doet; en de vreemdeling liefheeft, dat Hij hem...

Deuteronomium 16:19-20

U zult het gericht niet buigen; u zult het aangezicht niet kennen; ook zult u geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen van de wijzen, en verkeert de woorden van de rechtvaardigen. Gerechtigheid, gerechtigheid zult u najagen; opdat u leeft, en erfelijk...