Select Page

Spreuken 20:9

Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?

Spreuken 20:27

De ziel van de mensen is een lamp van JAHWEH, doorzoekende al de binnenkameren van de buik.

Spreuken 21:10

De ziel van de goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.

Spreuken 21:12

De rechtvaardige let verstandig op het huis van de goddeloze, als God de goddelozen in het kwaad stort.

Spreuken 22:11

Die de reinheid van het hart liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.