Select Page

Spreuken 24:17-18

Verblijd u niet, als uw vijand valt; en als hij neerstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen; Opdat JAHWEH niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

Spreuken 25:15

Een overste wordt door geduld overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

Spreuken 25:21-22

Als degene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken; Want u zult vurige kolen op zijn hoofd hopen, en JAHWEH zal het u vergelden.

Spreuken 25:28

Een man, die zijn geest niet wederhouden kan, is een opengebrokene stad zonder muur.

Spreuken 26:20

Als er geen hout is, gaat het vuur uit; en als er geen oorblazer is, wordt de ruzie gestild.