Select Page

Spreuken 13:25

De rechtvaardige eet tot verzadiging van zijn ziel toe; maar de buik van de goddelozen zal gebrek hebben.

Spreuken 14:2

Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest JAHWEH; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

Spreuken 14:21

Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich over de nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.

Spreuken 14:31

Die de arme verdrukt, smaadt zijn Maker; maar die zich over de armen ontfermt, eert Hem.

Spreuken 14:34

Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek van de natiën.