Select Page

Mattheüs 7:1-2

Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel u oordeelt, zult u geoordeeld worden; en met welke mate u meet, zal u wedergemeten worden.

Handelingen 10:34-35

En Petrus, de mond opendoende, zei: Ik verneem in waarheid, dat God geen aannemer van de persoon is; Maar in allen volk, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.

Romeinen 12:17-19

Vergeld niemand kwaad voor kwaad. Bezorg wat eerlijk is voor alle mensen. Als het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar geeft de toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden,...

Romeinen 13:8-10

Wees niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben; want die de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel doen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen valse getuigenis geven, u zult niet begeren; en zo er enig ander gebod...

Filippenzen 2:13-15

Want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. Doe alle dingen zonder morren en tegenspreken; Opdat u mag onberispelijk en oprecht zijn, kinderen van God zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht,...