Select Page

Spreuken 27:14

Die zijn vriend zegent met luide stem, zich ‘s morgens vroeg opmakende, het zal hem tot een vloek gerekend worden.

Spreuken 28:8

Die zijn goed vermeerdert met rente en met overwinst, verzamelt dat voor degene, die zich over de armen ontfermt.

Spreuken 28:23

Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit.

Spreuken 28:26

Die op zijn hart vertrouwt, die is een zot; maar die in wijsheid wandelt, die zal ontkomen.

Spreuken 28:27

Die de armen geeft, zal geen gebrek hebben; maar die zijn ogen verbergt, zal veel vervloekt worden.