Select Page

Spreuken 19:17

Die zich over de armen ontfermt, leent aan JAHWEH, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Spreuken 21:5

De gedachten van de vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.

Spreuken 22:1-2

De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud. Rijken en armen ontmoeten elkaar; JAHWEH heeft hen allen gemaakt.

Spreuken 22:9

Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood de armen gegeven.

Spreuken 23:4-5

Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft. Zult u uw ogen laten vliegen op wat niets is? Want het zal zich zeker vleugels maken gelijk een adelaar, die naar de hemel vliegt.