Select Page

Psalmen 32:1-2

Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Welgelukzalig is de mens, die JAHWEH de ongerechtigheid niet toerekent, en in wie de geest geen bedrog is.

Psalmen 32:5

Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor JAHWEH; en U vergaf de ongerechtigheid van mijn zonde. Sela.

Psalmen 51:3

Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; wis mijn overtreding uit, naar de grootheid van Uw barmhartigheden.

Psalmen 51:19

De offergaven Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult U, o God! niet verachten.

Psalmen 86:5

Want U, JAHWEH! bent goed, en graag vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen, JAHWEH!