Select Page

Psalmen 97:10

U liefhebbers van JAHWEH! haat het kwade; Hij bewaart de zielen van Zijn gunstgenoten; Hij redt hen uit van de goddelozen hand.

Psalmen 112:4-5

De oprechten gaat het licht op in de duisternis; Hij is genadig, en barmhartig, en rechtvaardig. Wel die man, die zich ontfermt en uitleent; hij beschikt zijn zaken met recht.

Psalmen 133:1

Een lied Hammaäloth, van David. Zie, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen!

Psalmen 146:9

JAHWEH bewaart de vreemdelingen; Hij houdt de wees en de weduwe staande; maar de goddelozen weg keert Hij om.

Spreuken 3:27-28

Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen van uw hand is te doen. Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weer, en morgen zal ik geven, omdat het bij u is.