Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart. En vind gunst en goed verstand, in de ogen van God en van de mensen.
Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart. En vind gunst en goed verstand, in de ogen van God en van de mensen.