Select Page

Als nu JAHWEH voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: JAHWEH, JAHWEH, God, barmhartig en genadig, geduldig en groot van goedertierenheid en waarheid. Die de goedertierenheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die de schuldige in geen geval onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid van de vaders aan de kinderen, en aan de kleinkinderen, in het derde en vierde geslacht.