Al was het, dat ik de talen van de mensen en van de engelen sprak, en de liefde niet had, zo was ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden. En al was het dat ik de gave van de profetie had, en wist al de geheimen en al de wetenschap; en al was het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo was ik niets. En al was het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud van de armen uitdeelde, en al was het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nut geven.