En de Geest en de Bruid zeggen: Kom. En wie het hoort, zeg: Kom. En wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water van het leven om niet.
En de Geest en de Bruid zeggen: Kom. En wie het hoort, zeg: Kom. En wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water van het leven om niet.