U zult geen onrecht doen in het gericht; u zult het aangezicht van de geringen niet aannemen, noch het aangezicht van de grote voortrekken; in gerechtigheid zult u uw naaste richten. U zult niet wandelen als een roddelaar onder uw volken; u zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben JAHWEH!