Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen van zichzelf, zo zij niet in de wijnstok blijft; zo ook u niet, zo u in Mij niet blijft. Ik ben de Wijnstok, en u de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt u niets doen.