JAHWEH! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen. Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enige handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.
JAHWEH! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen. Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enige handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.